
Het kabinet heeft op Prinsjesdag de geplande verhoging van de afvalstoffenbelasting en de CO2-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties (avi’s) verzacht. Goed nieuws voor de afvalsector, die eerder aan de bel trok over de zware lastenverzwaring uit het Belastingplan 2026. Toch betekent dit niet dat de kosten gelijk blijven. Ze stijgen nog steeds, alleen minder snel dan aanvankelijk voorzien.
Wat verandert er?
Het tarief van de afvalstoffenbelasting blijft in 2027 op 40,85 euro per ton. Waar dit tarief in het oude plan snel zou oplopen tot 117,10 euro per ton, komt het nu structureel uit op 81 euro per ton. Een flinke verlaging ten opzichte van het eerdere voorstel, maar nog altijd bijna een verdubbeling van het huidige tarief.
Ook de CO2-heffing voor avi’s wordt langzamer ingevoerd. Het eindtarief van 304 euro per ton CO2 blijft staan, maar wordt pas in 2035 bereikt in plaats van in 2030. De zogeheten avi-correctiefactor, die de effectieve heffing drukt, daalt daardoor ook geleidelijker naar nul.
Vanaf 2029 komt er daarnaast een apart tarief voor het storten van afval met een ontheffing van het stortverbod, 109,88 euro per ton. Dit tarief ligt bewust 10 euro boven het effectieve verbrandingstarief, zodat storten nooit voordeliger wordt dan verbranden.
Waarom het kabinet bijstuurt
De aanpassing is een uitvoering van de motie Stultiens, die vroeg om een alternatieve dekking te zoeken voor de eerder aangekondigde belasting van 567 miljoen euro. Het kabinet erkent dat de oorspronkelijke plannen de businesscase van recyclers onder druk zetten, investeringen in CO2-afvang en -opslag (CCS) zouden ontmoedigen en het risico op afvalexport zouden vergroten.
De versoepeling kost de schatkist wel geld. Maximaal 207 miljoen euro in 2029 en structureel 69 miljoen euro per jaar. Een deel van de oorspronkelijke opbrengst blijft dus behouden, het gat wordt deels gedicht met andere belastingen.
Wat dit voor jouw bedrijf betekent
Ondanks de versoepeling gaat verbranden en storten van afval de komende jaren fors duurder worden. Voor bedrijven die veel restafval produceren, loont het dus nog steeds om kritisch te kijken naar de eigen afvalstromen.
Het scheiden en hergebruiken van materialen wordt door deze tariefstijging juist aantrekkelijker, simpelweg omdat de kosten van verbranden en storten blijven oplopen. Hoe minder restafval je aanbiedt, hoe minder je de komende jaren merkt van deze verhogingen.
Benieuwd hoe je grip krijgt op je afvalstromen en hoe je restafval kunt terugdringen? We denken graag met je mee.